De Berner Sennenhond is bij de FCI ingedeeld in groep 2: Pinschers, Schnautzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden

De rasstandaard wereldwijd is in handen van het land van herkomst: Zwitserland. 

De Berner Sennenhond is een langharige, driekleurige, meer dan middelgrote, krachtige en beweeglijke hond. Hij heeft stevige ledenmaten en is harmonisch en evenredig. De bouw is eerder compact dan lang.

Het hoofd van de Berner Sennenhond is krachtig en past qua grootte bij het lichaam zonder te massief te zijn.  De neusspiegel is zwart. De voorsnuit is sterk met een rechte neusrug en gemiddeld van lengte. Lippen zijn zwart en goed aangesloten, het gebit is compleet en scharend.  Het oor is middelgroot, hoog aangezet, driehoekig en licht afgerond. In rust ligt het oor vlak tegen het hoofd. Bij alertheid wordt de achterkant van het oor opgetild terwijl de voorkant tegen het hoofd blijft liggen. De ogen van de Berner Sennenhond zijn donkerbruin, amamdelvormig en met goed aansluitende oogleden.  Het hoofd wordt gedragen door een krachtige, gespierde en middellange hals.

De rug van de Berner Sennenhond is stevig, recht en horizontaal. De lendenen zijn breed en krachtig. De Borst is breed en diep en reikt tot aan de elleboog. De bovenbelijning is recht en horizontaal. De onderbelijning is vanaf de borstkas tot aan de achterhand licht oplopend.

Een Berner Sennenhond heeft een bossige staart die minstens tot aan het spronggewricht komt. In rust hangt de staart, in beweging wordt de staart zwevend op rughoogte of licht daarboven gedragen.

De ledematen van de Berner Sennenhond zijn krachtig. De voorbenen zijn van voren gezien recht en parallel en staan nogal breed. Het schouderblad is lang en krachtig, de bovenarm vormt een niet te stompe hoek, is aanliggend en goed bespierd. De ellebogen liggen goed aan en zijn in- noch uitdraaiend boven een krachtige, rechte onderarm. De voet staat in rechte lijn met de onderarm met korte, ronde en dicht tegen elkaar aanliggende tenen die goed gewelfd zijn.  De achterbenen zijn van achteren gezien recht en parallel aan elkaar. Ze zijn niet te nauw staand. Het bovenbeen is lang, breed, krachtig en goed bespierd. De knie van de Berner Sennenhond is duidelijk gehoekt met daaronder een  lang, goed schuin liggend onderbeen met een sterke en goed gehoekte sprong. De achtervoet is iets minder gewelfd dan de voorvoet.

Het gangwerk van de Berner Sennenhond is in alle gangen ruim en gelijkmatig.

De Berner Sennenhond heeft een lange en glanzende vacht die sluik of licht gegolfd valt. De grondkleur is diepzwart met een bruinrode brand op de wangen, boven de ogen aan alle vier de benen en op de borst. Daarbij kent de vacht een witte aftekening. Op het hoofd bevindt zich een bles die zich over de neus tot een wangaftekening verbreedt. De bles mag niet tot aan de bruinrode markering boven de ogen komen en mag niet voorbij de mondhoeken komen. De borst en hals hebben een witte, matig brede aftekening. Witte voeten en een witte staartpunt zijn gewenst.

Reuen hebben een schofthoogte van 64 tot 70 centimeter waarbij 66 tot 68 centimeter ideaal is. Een teef heeft een schofthoogte van 58 tot 66 centimeter, ideaal 60 tot 63 centimeter. Het ideale gewicht van een reu ligt tussen 45 en 50 kilo terwijl een teef tussen 40 en 45 kilo weegt.